Verklarende woordenlijst

Administratiepunt

Contactpunt waar deelnemers zich kunnen inschrijven en hun vraag en aanbod kunnen posten.

Beleidshefboom

Synoniem voor beleidsinstrument.

Beleidsinstrument

Elke maatregel die een bestuur kan treffen om beleidsdoelen te bereiken:

  • belastingen heffen op bepaalde producten of gedrag (denk aan kilometerheffing of taksen op tabaksproducten)
  • infrastructuur aanleggen of aanpassen (bv. het centrum autovrij maken)
  • subsidies uitdelen (zoals een wijkbudget)
  • een bepaalde dienstverlening aan burgers voorzien (bv. advies over woningisolatie)

Ook gemeenschapsmunten kunnen voor bepaalde doelen als beleidsinstrument worden ingezet.

Beloonmodel

Muntmodel waarbij professionele of overheidsorganisaties vrijwilligers met munten belonen wanneer zij activiteiten verrichten voor de organisatie, voor de buurt of voor elkaar.

Beloonpunt

Punt of munteenheid die in omloop komt als een institutionele partner een vrijwilliger beloont voor zijn of haar inzet. Dit punt kan geruild worden voor een wederdienst of voor een verzilveroptie.

Bemiddeling

Het koppelen van vraag en aanbod, hetzij door de deelnemers informatie over elkaars noden en diensten te verstrekken, hetzij door een (professionele of vrijwillige) bemiddelaar in te schakelen.

Betaalplatform

En online platform voor betalingen en voor het bijhouden van saldi in gemeenschapsmunten. Aan het platform kunnen een aantal functies gekoppeld zijn, zoals het bijhouden van gegevens voor monitoring of het afhouden van heffingen.

Cocreatie

Beleidsmodel waarbij de overheid met de burgers samen beleidsdoelen realiseert. Cocreatie bestaat in het versterken van het initiatief van burgers (microniveau) door middel van een mechanisme of organisatie zoals bv. een gemeenschapsmunt (mesoniveau), en door een aangepaste omkadering en ondersteuning vanuit het beleid (macroniveau).

Complementaire munt

Een muntsysteem dat naast (en aanvullend op) de nationale munt gebruikt wordt binnen een bepaalde kring of gemeenschap. Naast commerciële munten die bedrijven ondermeer inzetten om klanten te binden of hun koopgedrag te beïnvloeden (getrouwheidskaarten of spaaracties), zijn er gemeenschapsmunten die helpen om maatschappelijke doelen te realiseren.

Contactpunt

Plek waar deelnemers terecht kunnen voor administratieve verrichtingen in verband met de gemeenschapsmunt: registreren, vraag en aanbod posten, munten op de rekening zetten of afhalen, en verzilveren. Contactpunten kunnen verspreid zitten bij andere diensten of instellingen (bv. aan het onthaal van de bibliotheek of het woonzorgcentrum) en/of de muntkring kan een eigen loket hebben.

Consortium: groep van institutionele actoren die samenwerken voor het opzetten van een

Gezamenlijk initiatief, bv. een gemeenschapsmunt. Het consortium kan een eigen rechtsvorm krijgen (bv. vzw of coöperatie).

Crowdfunding

Vorm van financiering waarbij een grote groep (Engels: ‘crowd’) van particulieren geld schenkt of leent aan een doel dat ze willen steunen, eventueel in ruil voor een tegenprestatie of erkenning.

Deelnamebijdragen

Bijdragen die deelnemers betalen om de kosten van eengemeenschapsmunt te dekken. Deze kunnen op diverse wijzen en onder diverse vormen geïnd worden. Voor verschillende groepen van gebruikers worden soms andere bijdragen gehanteerd.

Deelnemer

Iedereen die zich in een gemeenschapsmunt registreert, vrijwillige inzet levert en transacties uitvoert.

Denominatie

Aanbiedingswijzen van een munt. Bij een tijdmunt (met ‘tijd’ als nominatie) gaat het om minuten, kwartieren of uren, bij andere munten werkt het zoals de euro, met diverse biljetten en/of jetons. Elektronische betaalplatformen laten toe met meer (en kleinere) denominaties te werken dan fysieke dragers; minuten bijhouden in een schriftje is lastig, en jetons
(in grote hoeveelheden) maken, kost veel. Bij elektronische betaling stellen die problemen zich
niet.

Extern verdienmodel

Mechanisme waarbij de kosten voor het runnen van de gemeenschapsmunt worden gedragen doordat een deel van de terugverdieneffecten die de gemeenschapsmunt opbrengt, aan de organisatie ervan worden afgestaan.

Gebruiker

Synoniem voor deelnemer.

Gemeenschapsmunt

Soms ook lokale munt of alternatieve munt genoemd.

Een gemeenschapsmunt is een complementaire munt die gebruikt wordt binnen een geografisch gebied of een sociale gemeenschap voor het realiseren van maatschappelijke doelen.
Gemeenschapsmunten kunnen uitgaan van een grassroots initiatief of van (een consortium van) institutionele actoren.

Governance

Beleidsprocessen die mee door de burgers gedragen worden. Burgers zijn daarbij niet slechts de cliënt of ontvanger van het beleid, maar spelen er een actieve rol in. Te onderscheiden van top-down bestuursvormen.

Grassroots initiatief

Initiatief dat gedragen wordt door burgers van onderuit, zonder betrokkenheid van een institutionele partner, professionele organisatie of beleidsinstantie.

Grassroots gemeenschapsmunt

Munt gehanteerd binnen een grassroots initiatief, zonder betrokkenheid van de overheid of een institutionele partner. Te onderscheiden van institutionele gemeenschapsmunt.

Heffing

Elke techniek waarmee binnen het muntsysteem munten aan de rekeningen van deelnemers worden onttrokken om daarmee een gezamenlijk doel te realiseren, zoals het financieren van de eigen administratie of de opbouw van een solidariteitsfonds. Heffingen bestaan in diverse vormen, zoals saldoheffing, aanrekenen van transactiekosten, solidariteitsheffing,
weglekken, heffing bij inschrijven, periodieke heffingen of rente op negatieve saldi.

Implementatieteam

Het team dat een gemeenschapsmunt introduceert en beheert.

Institutionele gemeenschapsmunt

Muntkring die is opgezet vanuit gemeentes, institutionele spelers en/of professionele organisaties. Te onderscheiden van grassroots gemeenschapsmunt.

Intern verdienmodel

Mechanisme waarbij de kosten voor het runnen van de gemeenschapsmunt worden gedragen door inkomsten van binnen de muntkring zelf. Die inkomsten kunnen bv. voortkomen uit saldoheffing, weglekken of het aanrekenen van transactiekosten.

Kredietpunt

Een munt die in omloop komt doordat een deelnemer iets voor een andere deelnemer doet. De verstrekker krijgt een positief saldo (credit), de ontvanger een evenredig negatief saldo (debet). Een positief saldo kan worden gebruikt om een wederdienst te kopen, een negatief saldo kan worden aangezuiverd door een wederdienst te presteren. De wederdienst hoeft
niet aan dezelfde persoon te zijn, maar aan iemand van de muntkring in zijn geheel.

LETS-kring of –systeem

Local Exchange and Trade System. Grassroots initiatief waarbij een groep van burgers onderling diensten ruilen. Het initiatief gaat uit van en wordt geleid door de deelnemers, zonder betrokkenheid van een institutionele partner of professionele organisatie. Ze kunnen eventueel ook met een gemeenschapsmunt werken.

Loket

Contactpunt dat specifiek voor de gemeenschapsmunt is ingericht, en waar alle administratieve functies verricht kunnen worden (registreren en posten, transacties registreren, munten storten en afhalen, en verzilveren).

Marktplaats

Plek waar vraag en aanbod bijeengebracht worden en aan elkaar gekoppeld kunnen worden. Dit kan op elektronische wijze gebeuren (bv. een pagina op de website waar deelnemers hun vraag en aanbod posten, of een app die hen signaleert wie nood heeft aan hun aanbod).
Ook een brochure of een prikbord kunnen als marktplaats functioneren; denk aan de strookjes
bij de bakker (‘kinderoppas gezocht’ of ‘ik geef bijles wiskunde’). Ook standjes op evenementen,
ruilbeurzen en markten vormen goede marktplaatsen.

Mixmodel

Een muntmodel gebaseerd op een combinatie van het ruilmodel en het beloonmodel.

Monitoring

Alle processen die worden ingezet om op te volgen of de gemeenschapsmunt haar doelstellingen bereikt en door de gebruikers als positief ervaren wordt. Dit gebeurt zowel door cijfergegevens te verzamelen (eventueel automatisch via het betaalplatform) als door de ervaringen en verwachtingen van deelnemers te bevragen.

Munten

De eenheid die deelnemers krijgen voor inzet, en die ze gebruiken voor onderlinge betalingen of om te verzilveren. Munten kunnen gebaseerd zijn op tijd of op (een tegenwaarde van) euro’s.

Muntkring

Synoniem voor gemeenschapsmunt.

Nominatie

De eenheid die gehanteerd wordt om de waarde van een bepaalde mate van inzet te benoemen. Bij gemeenschapsmunten zijn de meest voorkomende nominaties tijd en (tegenwaarde van) euro’s. De gekozen eenheid wordt aangeboden in bepaalde vooraf bepaalde hoeveelheden (denominaties)

Onbenutte capaciteiten

Menselijke talenten, vaardigheden, zin of tijd, of materiële middelen (bv. braakliggend terrein, lokalen of computers) die niet (volledig) benut worden. Deze middelen kunnen zowel worden ingezet om noden te lenigen als om deelnemers te belonen of te werven.

Onderaannemer

Bedrijf of organisatie die diensten of producten levert om de gemeenschapsmunt te laten functioneren, bv. ICT-ondersteuning, juridisch advies of verzekeringen.

Onvervulde noden

Alle behoeften die noch door de markt, noch door de overheid worden vervuld. Deze noden hebben te maken met evoluties in de context (vergrijzing, toenemend armoederisico, milieuproblemen …) en vergen dus ook een aanpassing van de beleidsinstrumenten.

Participatieladder

Een reeks van maatregelen om burgers bij een top-down beleid te betrekken, gerangschikt volgens de intensiteit van de betrokkenheid. Het beeld van de ladder geeft ook een hiërarchie aan, waarbij mensen hoger op de ladder meer inspraak hebben.

Partners

De partijen (institutionele actoren) die bij de lancering van een gemeenschapsmunt betrokken zijn en die er samen verantwoordelijkheid voor dragen (zoals overheid, zorgverstrekkers, publieke dienstverleners en/of handelaren).

Punten

Synoniem voor munten.

Ruilmodel

Een gemeenschapsmunt waar deelnemers elkaar onderling waarderen met munten, en ze hun munten alleen kunnen gebruiken om wederdiensten van elkaar te verkrijgen.

Saldoheffing

Het afromen van het positieve saldo van deelnemers met een percentage of vast bedrag per tijdsinterval. De heffing zet deelnemers ertoe aan om punten sneller weer uit te geven,en doet de munt beter circuleren.

Solidariteitsfonds

Solidariteitspot: een fonds of pot waaruit je punten wegschenkt aan deelnemers die veel noden hebben maar weinig mogelijkheden om zelf te verdienen.

Solidariteitsheffing

Een heffing die gebeurt met de bedoeling om een solidariteitsfonds te spijzen.

Terugverdieneffect

Doet zich voor als een uitgave van de overheid zichzelf (deels) terugverdient door de gunstige gevolgen van die uitgave voor andere overheidsuitgaven (die dalen) of inkomsten (die stijgen). Dat laatste doet zich bv. voor wanneer belastingen in
gemeenschapsmunten geïnd worden.

Tijdsmunt

Gemeenschapsmunt met tijd als eenheid of nominatie.

Tijdbank of Timebank

Zeer veel voorkomend muntsysteem van het ruilmodel, en met tijd als nominatie.

Top-down

Beleidsmaatregelen die door de overheid worden toebedeeld of opgelegd, met de burger in de ontvangende rol als ‘cliënt’ van beleid, eventueel met een zekere mate van inspraak of participatie. Te onderscheiden van cocreatie.

Transactiekost

Bijdrage die een deelnemer of institutionele partner betaalt voor het gebruik van het betaalplatform. Dit kan in euro’s of in gemeenschapsmunten gebeuren, of in een mix van beide.

Uitgiftepartner

Institutionele speler (organisatie, publieke dienst of bedrijf) die deelnemers beloont voor vrijwillige activiteiten.

User experience

Alle aspecten van de interactie tussen een gebruiker en een aanbieder van een dienst. Hier gaat het om de relatie tussen deelnemer en muntsysteem, die zo georganiseerd wordt dat ze zonder haperingen of frustraties verloopt en als aangenaam en kwalitatief ervaren wordt.

Verzilveren

Inruilen van verdiende punten voor een dienst of product dat door een partner in de muntkring wordt aangeboden. Dit gebeurt aan een verzilverloket.

Verzilverloket

Contactpunt waar deelnemers gespaarde punten kunnen verzilveren.

Verzilveroptie

Product of dienst van een organisatie, handelaar of instelling (de verzilverpartners) waarvoor met gemeenschapsmunten betaald kan worden.

Verzilverpartner

Een institutionele actor (organisatie, publieke dienst of bedrijf) waar deelnemers diensten of goederen kunnen verkrijgen tegen betaling met gemeenschapsmunten.

Waarderingspartner

Synoniem voor uitgiftepartner.

Wederzijds krediet

Mechanisme voor het uitwisselen van diensten in het ruilmodel. Een deelnemer krijgt krediet(punten) door het verrichten van een dienst, en daarmee kan hij een wederdienst betalen. ‘Wederzijds’ betekent evenwel niet dat de wederdienst tussen dezelfde personen moet gebeuren, maar wel binnen de muntkring.

Weglekken

Mechanisme waardoor jetons en biljetten die te lang ongebruikt blijven, niet langer door de gebruiker kunnen worden geruild. Op jetons en biljetten staat dan de vervaldatum vermeld. Bij online betaalsystemen kan een lange tijd ongebruikte rekening worden opgeheven. Het positieve saldo komt dan terug in het systeem (zie ook intern verdienmodel).

Wisselkantoor

Contactpunt waar deelnemers transacties registreren, en/of biljetten en jetons op een rekening zetten of afhalen.

results matching ""

    No results matching ""