11.2. Mogelijke financieringsbronnen

Vaak hopen initiatiefnemers dat de gemeenschapsmunt na verloop van tijd zelfbedruipend zal zijn. Er zijn echter een aantal kosten die nu eenmaal niet in de gemeenschapsmunt betaald kunnen worden (loonkost, huur en elektriciteit, verzekeringspolissen …) en dus is er ook onvermijdelijk een externe instroom van geld nodig.

Anderzijds is het beter als een gemeenschapsmunt niet volledig van externe financiering en goodwill afhankelijk is. Je systeem zal het meest duurzaam zijn als het verdienmodel op een evenwicht berust tussen interne en externe inkomsten.

Een slimme combinatie van financieringsopties omvat drie zaken:

  • Verkrijgen van subsidies en filantropie (sponsoring, giften en schenkingen, crowdfunding …)
  • Verdienen van externe opbrengsten
  • Verdienen van interne opbrengsten

I. Geldsteun verkrijgen

Vaak maken subsidies en giften het opstarten van een gemeenschapsmunt mogelijk.

Enkele voorbeelden:

  • Giften van private stichtingen met maatschappelijke doelen
  • Subsidies van de gemeente, de provincie, regionale en/of nationale overheden. Europese subsidies voor sociale inclusie, onderzoek en innovatie, regionale ontwikkeling.
  • Sponsoring door bedrijven en organisaties, zowel in contanten als in natura (kantoormateriaal, computers, gebruik van vergaderruimte of bestelwagen, inbreng van deskundigheid …)
  • Crowdfunding, wat inhoudt dat een grote groep (een ‘crowd’ of massa) particulieren een kleine geldbijdrage schenken of lenen, soms in ruil voor een tegenprestatie of blijk van waardering. Sommige cryptomunten experimenteren vandaag met zogenaamde ICO's ('initial coin offerings'), een specifieke vorm van prefinanciering.

II. Verdienen via externe opbrengsten

Gemeenschapsmunten helpen institutionele partners om hun doelen op grotere schaal te realiseren tegen een lagere kostprijs (dankzij vrijwillige inzet). Ook helpen ze problemen te voorkomen, zodat de partners (curatieve) kosten vermijden.

Bekijk de gemeenschapsmunt als een instrument dat wel wat kost in aanschaf en onderhoud, maar dat de effectiviteit en kwaliteit van de dienstverlening opdrijft en elders kosten bespaart. Het kan voor institutionele partners dus interessant zijn om de gemeenschapsmunt te (blijven) financieren door een deel van de kostenbesparing die ze zo realiseren, terug in het systeem te investeren.

  • Er is sprake van een terugverdieneffect als een kost die de munt voor de overheid meebrengt (voor een deel) wordt terugverdiend door haar gunstige invloed op andere overheidsuitgaven (die dalen).
  • Toon aan dat de gemeenschapsmunt gunstige resultaten bereikt tegen een kost die lager ligt dan vergelijkbare manieren om hetzelfde resultaat te krijgen: dat is de meerwaarde die de munt voor de partners realiseert. Voor hen is het zinvol die winst gedeeltelijk weer in de munt te investeren.
  • Gemeenschapsmunten leiden tot welzijn (en kostenbesparing) op meerdere terreinen tegelijk. De voorbeelden in deel 1 laten zien dat een initiatief rond seniorenzorg bijvoorbeeld een gunstige impact kan hebben voor de thuiszorgdienst, de groendienst en een school. Zij winnen allemaal bij de munt.

[success] Voorbeelden van terugverdieneffecten

  • Gemeenschapsmunten sorteren meer effect dan sensibiliseringscampagnes. Die beïnvloeden wel kennis en attitudes, maar niet (langdurig) het gedrag. Dat bereiken gemeenschapsmunten wel.

  • De rol van welzijnsprofessionals verschuift van ‘leverancier van een dienst’ naar ‘ondersteuner van vrijwillige dienstverleners’. De professional realiseert zo (indirect) meer zorg voor eenzelfde loonkost.

  • De gemeente beloont burgers die helpen de publieke ruimte net te houden: lagere kosten voor de groen- en reinigingsdiensten, meer mensen nemen lichaamsbeweging, het veiligheidsgevoel stijgt...

Een goede monitoring is essentieel om de financiële en maatschappelijke meerwaarden voor de samenleving, de partners en de deelnemers zichtbaar te maken. Als aangetoond kan worden wat de gemeente of dienstverlener aan de gemeenschapsmunt ‘verdient’, zal die niet geneigd zijn het systeem te laten verdwijnen.

[info] Uitgewerkt voorbeeld van een terugverdieneffect

De gemeente en een thuiszorgorganisatie

De gemeente en een thuiszorgorganisatie besteden jaarlijks 200.000 euro aan een gemeenschapsmunt; die wordt door diverse zorg- en welzijnsprofessionals (thuiszorgdienst van OCMW en ziekenfonds, seniorenvereniging, serviceflats …) ingezet om ondersteuning aan mantelzorgers te bieden. Hierdoor neemt het aantal mantelzorgers dat zich overbelast voelt af van 40% naar 22%. De uitval (door ziekte of burn-out) van mantelzorgers vermindert van 19% naar 8% per jaar. Ook dalen de uitgaven met 150.000 euro doordat er 52% minder valpartijen zijn. Het aantal ouderen dat zich eenzaam voelt, daalt met 34%, wat het risico op depressies doet dalen.

Tabel: Voorbeeld terugverdieneffect

Zorg die wordt betaald in tickets voor publieke dienst (bibliotheek, stadsfiets, containerpark…) Opbrengst van de gemeenschapsmunt voor de gemeente in termen van zorg Reële kostprijs van de dienst voor een bepaalde tijdsduur in euro per dag (fictief voorbeeld) Gepercipieerde waarde van de tickets (als de normale kostprijs voor de gebruiker 10 euro is)
10 deelnemersprestaties 10 uren vrijwilligerswerk 500 € 100 €
60 deelnemersprestaties 60 uren vrijwilligerswerk 500 € 600 €
Opbrengsten Senioren krijgen zorg, mantelzorgers steun. Preventie van problemen. Publieke dienst wordt meer gebruikt tegen dezelfde kostprijs Gebruiker krijgt toegang tot publieke dienst zonder kost voor het gezinsbudget
Terugverdieneffecten Besparing op kosten voor professionele (curatieve) hulp- of dienstverlening Indirecte verkoop (van andere diensten of producten) kan stijgen Welzijn, sociaal kapitaal, talenten en gezondheid van deelnemer worden versterkt
Kosten Bijdrage tot kosten voor het runnen van de gemeenschapsmunt. Marginale meerkost door toegenomen aantal gebruikers Tijd, vrijwillige inzet

III Verdienen via interne opbrengsten

Bij een intern verdienmodel betalen institutionele partners, deelnemers en/of verzilverpartners voor het gebruik van het betaalplatform. Deze inkomstenstroom komt pas na verloop van tijd op gang, en is dus niet geschikt voor de opstartfase.

De betalingen gebeuren in de gemeenschapsmunt, in euro of in een mix van beide. De bijdrage in gemeenschapsmunten wordt door het betaalplatform geïnd, en is zichtbaar op het transactieoverzicht. De betaling in euro’s verloopt via de gewone betaalkanalen.

Bij bestaande gemeenschapsmunten worden volgende mechanismen gebruikt.

  • Inschrijfkosten: een eenmalige bijdrage om deelnemer te worden. Deze kosten kunnen worden betaald door de deelnemer of door een institutionele partner (gemeente, school, ziekenhuis …).
  • Periodieke bijdrage per maand, kwartaal of jaar die wordt geïnd zolang de deelnemer aangesloten is.
  • Transactieheffing: een bijdrage die wordt geheven over elke transactie. Dat kan zowel een percentage van de transactiewaarde zijn als een vast bedrag, of een combinatie van de twee.
  • Saldoheffing is een periodieke heffing op de positieve saldi van de deelnemers. Meestal bedraagt de heffing een vast percentage per tijdsinterval, bijvoorbeeld twee procent per maand. Soms wordt ze enkel aangerekend als iemands saldo boven een bepaalde grens komt, terwijl lagere saldi niet worden afgeroomd.
  • Weglekken: op jetons en biljetten staat vaak een vervaldatum vermeld. Bij online rekeningen kan een rekening die niet meer gebruikt wordt, worden opgeheven. De gemeenschapsmunten kunnen dan niet langer door de deelnemer gebruikt worden om iets voor zichzelf te betalen, maar worden gerecupereerd voor de financiering van de gemeenschapsmunt.

Het is gangbaar om voor verschillende types van deelnemers ook verschillende deelnamebijdragen te rekenen. Zo kan bijvoorbeeld worden afgesproken dat scholieren en mensen met een uitkering minder bijdragen dan mensen met een job, of dat professionele instellingen meer bijdragen dan buurtinitiatieven.

Tabel: Planning

Fase Beschrijving
Ontwikkeling Maak een grove inschatting van de kosten en verken de mogelijkheden voor financiering.
Schets het verdienmodel. Maak aan de partners duidelijk wat de financiële consequenties zijn. Maak een overzicht van financieringsopties.
Maak een gedetailleerde begroting en een gedetailleerd inkomstenplan.
Dien subsidiedossiers in, zoek sponsors, filantropische of crowdfunding organisaties.
Evalueer of de begroting en het dekkingsplan sluitend en realistisch zijn.
Pilootproject Breng door monitoring de terugverdieneffecten voor institutionele partners in beeld.
Verken mogelijkheden tot het versterken van een extern verdienmodel.
Bekijk interne opbrengsten en evalueer hun impact op de deelnemers en op de financiering van het systeem.
Evaluatie Bespreek terugverdieneffecten met het beleid en de institutionele partners.
Verken mogelijkheden tot versterken van extern verdienmodel.
Evalueer het interne verdienmodel en stuur eventueel bij.
Evalueer de financiële leefbaarheid van de gemeenschapsmunt op lange termijn.

results matching ""

    No results matching ""