2.1. Breng noden, dromen en capaciteiten in beeld en verbind ze

Je wil mensen versterken in hun actief burgerschap en participatie. Uit onderzoek blijkt dat de inzet van actoren afhangt van drie factoren.

  • Noden: een collectief doel dat mensen samen nastreven en dat hen verbindt
  • Dromen: hun individuele verlangen, of de vraag ‘wat haal ik eruit?’ of ‘wat koop ik ermee?’
  • Capaciteiten: de vaardigheden en talenten, maar ook materiële hulpmiddelen die ingezet kunnen worden om de nood te beantwoorden en de droom te vervullen

De gemeenschapsmunt is een middel om deze drie elementen aan elkaar te koppelen en de dynamiek van cocreatie in gang te zetten. Als ze goed is ontworpen, zorgt de munt voor congruentie tussen wat de mensen eruit kunnen halen (de droom), wat ze erin steken (de capaciteiten) en de context (de nood in de gemeenschap).

Vaak blijkt dat mensen zich in het begin vooral inzetten als ze met hun munten iets kunnen betalen waar ze naar verlangen (hun ‘droom’). Na verloop van tijd kunnen de twee andere factoren – bijdragen tot een fijn buurtleven en talenten ontplooien – even motiverend gaan werken. Om je gemeenschapsmunt op te starten, is het evenwel van belang de drie apart in beeld te brengen.

Om een muntsysteem duurzaam te maken, is het cruciaal dat de afstemming tussen dromen, noden en capaciteiten op dynamische wijze opgevolgd en beheerd wordt. De context kan wijzigen, sommige noden kunnen minder dringend worden of nieuwe kunnen de kop opsteken. Ook de dromen van mensen evolueren. Naarmate het netwerk groeit en bloeit zal je nieuwe onbenutte capaciteiten ontdekken die ingezet kunnen worden. Dat betekent dat het managen van een gemeenschapsmunt nooit als een administratieve functie kan worden benaderd die top-down wordt uitgevoerd. Als de gebruikers niet continu mee de congruentie tussen context, capaciteiten en dromen kunnen bewaken en bijsturen, bloedt je munt dood. Het beheer van de gemeenschapsmunt berust dus op ‘governance’ waarin de deelnemers mee beslissen.

Beeld: Dromen, noden en capaciteiten

Onvervulde noden

Bij cocreatie zijn ‘onvervulde noden’ niet hetzelfde als ‘nog niet bereikte doelen’ van een beleidsinstantie of professionele speler. Het gaat vaak juist om noden die buiten het bevoegdheidsdomein van de dienst, of buiten het bereik van de markt vallen, waardoor er gaten komen in de warme deken van zorg en welzijn. Vaak zijn openbare diensten of lokale organisaties wel goed geplaatst om noden in een buurt te signaleren.

[info] Voorbeelden

  • De sociale huisvestingsmaatschappij weet dat er veel anderstaligen zijn bijgekomen, maar ziet zelf geen kans om hen taallessen te geven of wegwijs te maken; het hoort ook niet tot haar doelen.
  • De school merkt op dat sommige ouders moeite hebben om hun kinderen te helpen met huistaken, maar kan deze gezinnen onvoldoende bereiken of begeleiden.
  • De groendienst ziet dat een bepaald plein gemakkelijk doelwit is van zwerfvuil of vandalisme,maar slaagt er niet in om het probleem preventief aan te pakken, en blijft dus maar opruimen.

Als professionele diensten niet genoeg vat hebben op een probleem, is het ideale scenario natuurlijk dat de burgers zelf de handen uit de mouwen steken, en bijvoorbeeld bejaarde buren af en toe bezoeken, het pleintje net houden of elkaar helpen met opvang. Maar soms hebben de burgers daar ook niet meteen de sleutels voor in handen, en hebben ze een zetje vanwege het beleid nodig. Denk dan aan gemeenschapsmunten!

Dromen van mensen

Als je aan mensen vraagt wat ze willen realiseren, zullen ze wellicht geen afgebakend beleidsdoel vermelden. Misschien dromen ze er ook niet van om de andere te helpen, omdat ze niet weten welke noden daar leven, of omdat ze niet goed durven aanbieden om te helpen. Maar als je hen vraagt waar ze van dromen, krijg je zicht op wat hen kan motiveren om mee te doen.

[info] Voorbeelden

  • Mensen die in een appartement wonen, dromen vaak van een tuintje. Als ze met de munt een lapje grond kunnen huren om groenten en bloemen te kweken, doen ze zeker mee.
  • Dromen kunnen ook zijn: de kinderen naar de sportclub of muziekacademie laten gaan, met het gezin naar een filmvoorstelling kunnen gaan of een uitstap maken.
  • Sommige mensen willen ’s avonds lekker en gezond eten voor hun gezin op tafel kunnen zetten. Je motiveert hen als ze met de munt bepaalde aankopen bij lokale handelaren kunnen betalen.

Sommige dromen zijn makkelijker te realiseren dan andere. Als er geen muziekacademie is, of geen braakliggend terrein voor tuintjes, zal je creatiever moeten zijn. Je kunt een droom ook aanbieden. Misschien dachten mensen nooit aan filmbezoek, maar vinden ze het wel fantastisch dat het nu toch kan.

Alle capaciteiten tellen

Een erfenis van de industriële samenleving is dat we arbeid haast automatisch gelijkstellen met tewerkstelling in loonverband, en vaardigheden alleen zien als ‘competenties die nuttig zijn voor de arbeidsmarkt’. In de cocreatieve maatschappij is er geen enkele reden om dat beperkte kader te blijven hanteren. Sommige noden worden door professionele diensten – op de arbeidsmarkt dus – vervuld (tegen betaling in euro’s). Voor andere noden werkt dat niet, omdat geen bedrijf daar winst in ziet. Daar kan de gemeenschapsmunt haar rol spelen.

[info] Voorbeelden

  • Werklozen of actieve senioren hebben tijd en zin om kinderen veilig naar school en terug te brengen, hen bij sportactiviteiten te begeleiden, of samen een speeltuin te onderhouden.
  • Wie goed overweg kan met computer of smartphone, helpt vaak graag anderen om te mailen, foto’s op te laden, online formulieren in te vullen, of iets op het web op te zoeken.
  • Studenten die in de buurt op kot zitten, willen best wat bijles of huiswerkbegeleiding geven, een potje voetballen met de kinderen uit de buurt, of hen circustechnieken aanleren.

Capaciteiten zijn dus niet alleen menselijke talenten en vaardigheden. Het kan ook gaan om ‘tijd’ of ‘goesting’ hebben om iets voor anderen te doen. Mensen zonder vaste job hebben vaak tijd en goesting ‘op overschot’, en zijn dus rijk aan capaciteiten. Maar bekijk het nog breder: capaciteiten in een buurt, stad of streek kunnen ook materiële zaken zijn.

[info] Voorbeelden

  • Een parkje of braakliggend terrein in de omgeving.
  • Een bedrijf dat na de werkuren lokalen ter beschikking stelt of oude computers schenkt.
  • De groendienst die in het weekend zijn bestelwagens uitleent voor lokale initiatieven.
  • Lokaal beschikbare winkels en handelaren, en diensten zoals bibliotheek, zwembad of filmzaal.

De gemeenschapsmunt als brug

De gemeenschapsmunt maakt de kring tussen noden, dromen en talenten rond.

  • Door hun talenten in te zetten, helpen mensen de nood in de gemeenschap te lenigen.
  • Als waardering voor hun inzet verdienen de deelnemers munten, waarmee ze iets kunnen doen of verkrijgen waar ze naar verlangen – hun droom. Dat motiveert hen om mee te doen.
  • Door hun munten te ruilen voor een wederdienst, geven ze iemand anders de kans om zijn of haar talenten te ontplooien en een droom te realiseren.
  • Als ze hun munten gebruiken om een product bij een lokale handelaar of publieke dienst te betalen, wordt de daar aanwezige capaciteit ten volle benut, en krijgt de lokale middenstand een steuntje.

Beeld: De kring tussen dromen, noden en talenten sluiten door gemeenschapsmunten

[warning] Checklist

  • Ga op het terrein luisteren welke noden, dromen en capaciteiten in een gemeenschap leven. Vraag de mening van mensen - eventueel via hun vertrouwensfiguren – en van organisaties.
  • Gebruik diverse kanalen om te polsen naar behoeften, verlangens en talenten. Niet iedereen voelt zich op zijn gemak bij een deur-aan-deur bevraging, wees dus sensitief en creatief.
  • Breng zoveel mogelijk materiële capaciteiten in kaart, zowel in de fysieke omgeving als bij lokale organisaties, bedrijven en diensten. Kijk breed genoeg. Hoe meer mensen en organisaties meedoen, hoe meer dromen en capaciteiten je zal ontdekken; die zijn er in overvloed!

results matching ""

    No results matching ""