2.2. Baken cocreatieve doelen goed af

Doelen voor cocreatie reiken breder dan de klassieke beleidsdomeinen. Hoe zorg je dat je niet weer met de oude bril gaat kijken en enge streefdoelen voorop stelt? Vier tips helpen je op weg.

Tip 1. Denk in termen van waarden voor de gemeenschap

Welzijn en levenskwaliteit hangen af van vele factoren samen: een rustige omgeving, ruimte om te spelen, sociaal contact, hulp van je buren. Al die elementen bij elkaar maken uit of het leven in een gemeenschap goed draait of vastloopt. Richt je op kwaliteiten die voor de hele lokale gemeenschap ‘waarde-vol’ zijn. Denk aan de buurt, gemeente of streek als één (sociaal) systeem, en beschrijf wat er gebeurt als dat goed functioneert. Door in termen van brede waarden en systeemdoelen te denken, zal je meer onbeantwoorde noden en onbenutte mogelijkheden in beeld brengen dan als je enkel door de bril van één bevoegdheid kijkt.

[info] Voorbeelden van systeemwaarden

  • Een kwaliteitsvol sociaal leven voor iedereen in een wijk met veel senioren
  • Kansen voor allen om talenten te ontplooien en te leren in een wijk met veel laaggeschoolden
  • Een veilige leefomgeving waar mensen met diverse achtergrond elkaar kennen en vertrouwen
  • Een sterke betrokkenheid van alle burgers bij het dorps- of buurtleven

Door op het ‘hogere doel’ te focussen, vermijd je dat je blik versmalt tot een onderdeel van het probleem, en je blind blijft voor mogelijkheden voor cocreatie. Kies dus geen doelen voor mensen in armoede apart, maar doelen voor iedereen! Een systeemdoel geldt voor de hele gemeenschap, en moet zo ontwikkeld worden dat iedereen – ongeacht zijn of haar talenten, levensparcours of scholingsniveau – mee kan doen. Bekijk het systeemdoel vanuit de lijst van noden, talenten en dromen, en je ziet kansen die je voordien niet zag.

[info] Voorbeeld

Een braakliggend terrein of parkje dat er verwaarloosd bijligt, is in het klassieke beleid een ‘probleem voor de groendienst’, maar in cocreatief beleid met waarden zoals ‘welzijn’ of ‘levenskwaliteit’ als doel, biedt het veel potentieel. Het kan een ruimte zijn voor stadstuintjes, een ontmoetingsplek voor senioren en jongeren, een project waar buren samen hun schouders onder zetten, de ideale plek voor buurtfeesten of voor het oefenen van circustechnieken enzovoort.

Wat eerst een ‘probleem’ was dat geld kost, wordt een ‘mogelijkheid’ waarvoor een overvloed aan middelen en talenten voorhanden is. Door alle bewoners op een of andere manier bij dat parkje te betrekken, pak je veel meer aan dan enkel het ‘groenprobleem’. Je krijgt misschien groepen mee die niet naar publieke hoorzittingen komen of die geen lid zijn van een erkende vereniging. Samen aan iets praktisch werken is voor veel mensen ook een heel veilige context om contacten te leggen, anderen te leren kennen en raakvlakken te ontdekken.

Tip 2. Bekijk doelen vanuit meerdere beleidsdomeinen tegelijk

Overheidsdiensten en professionele organisaties benaderen sociale doelen doorgaans vanuit één specifieke bevoegdheid. Een gemeenschapsmunt slaat bruggen tussen noden, talenten en dromen die misschien aan zeer diverse domeinen raken. Om je munt optimaal te laten functioneren, moet je alle betrokken diensten in het verhaal mee krijgen. Formuleer je doelen zo dat diverse diensten zich geprikkeld voelen om mee te denken. Laat alle diensten naar de brede lijst van noden, dromen en talenten kijken, en uitzoeken welke bruggen zij vanuit hun bevoegdheid kunnen verzinnen.

[info] Voorbeeld

Stel dat je als systeemdoel kiest om de levenskwaliteit in een wijk met veel senioren te verbeteren. **

  • Het ziekenfonds wil dat vrijwilligers senioren af en toe helpen om aan lichaamsbeweging te doen.
  • De groendienst wil hulp krijgen om een parkje zo in te richten dat senioren er makkelijker heen komen en er wat tijd doorbrengen (waardoor ook het toezicht verhoogt).
  • Een groep nieuwkomers wil geregeld een halfuurtje met senioren praten om hun Nederlands te oefenen, maar dan liefst in dat parkje waar hun kinderen ook kunnen spelen.
  • Het woonzorgcentrum wil een pluim geven aan wie een bejaarde buur helpt met inkopen doen.
  • De huisvestingsmaatschappij zoekt vrijwilligers die senioren helpen met hun administratie.
  • Een hogeschool ziet die nood aan administratieve hulp als een kans voor studenten om hun praktische vaardigheden te oefenen, en zich meer in de buurt te integreren.

Tip 3. Denk meer aan preventie dan aan herstel van problemen

Cocreatie vervangt de publieke dienstverlening niet, maar vult deze aan. Je kunt de buurt bijvoorbeeld wel stimuleren om voor de lokale senioren te zorgen, maar als een bejaarde dame valt en een heup breekt, moet je natuurlijk op professionele diensten kunnen terugvallen. Cocreatie is geschikt voor preventieve doelen, terwijl professionele diensten beter uitgerust zijn voor ‘curatieve’ oplossingen.

[info] Voorbeelden

  • Ouders van gezinnen in armoede zeggen op het vlak van gezinsondersteuning nood te hebben aan laagdrempelige ontmoetingsplekken waar ze een informeel netwerk onder gelijken kunnen ontwikkelen en uit vrije wil (als ‘vrijwilliger’) heen komen. Zo kunnen ze elkaar vanuit hun eigen kracht steunen bij opvoedingstaken.
  • Senioren die veel sociaal contact hebben en geregeld buiten komen, worden minder snel depressief. Cocreatie van seniorenzorg heeft niet als doel depressies te behandelen, maar kan ze wel helpen voorkomen. Behandelen (curatief) is een taak voor professionelen.

Bij het opmaken van een budget voor je gemeenschapsmunt is het goed om de kosten en baten van preventieve en curatieve aanpak tegen elkaar af te wegen. Door een beetje te investeren in cocreatie kun je soms veel besparen in hulpverlening. De winst die je zo realiseert, kun je gebruiken om je munt financieel te onderhouden.

Tip 4. Formuleer je doelen helder

Gemeenschapsmunten brengen veel tegelijk in beweging en dat is prima. Hoe meer mensen er hun gading in vinden, hoe meer er zullen participeren. Zorg er wel voor dat de neuzen in dezelfde richting blijven staan, anders wordt het moeilijk om te evalueren of de investering tot het gewenste effect leidt, en of je munt rendeert. Betrek de deelnemers continu en intens bij de opvolging van de munt, zodat alle niveaus – de bewoners, het team dat de munt runt en het beleid – elkaar niet tegenwerken maar continu versterken.

Omschrijf het doel van je gemeenschapsmunt in termen van de dingen die burgers samen moeten doen om de beoogde levenskwaliteiten en systeemwaarden te realiseren.

[info] Voorbeelden

  • Meer vrijwilligers zetten zich wekelijks in voor onderlinge hulp in de buurt
  • Meer bewoners zetten planten voor hun gevel en dragen bij tot een nette buurt
  • Meer mensen van diverse origine sluiten aan bij lokale activiteiten of verenigingen

Om de resultaten goed te kunnen opvolgen, kan het nuttig zijn om je doelen SMART te formuleren:

  • Specifiek: wat wil je precies dat mensen doen, waar, met wie en voor wie?
  • Meetbaar: hoeveel deelnemers, acties, bloembakken (of andere meetbare zaken) wil je?
  • Aanvaardbaar: waar kan iedereen zich in herkennen? Wat is het minimum waar je voor gaat?
  • Realistisch: wat is zeker haalbaar in de gegeven context?
  • Tijdsgebonden: per week of maand, tegen een bepaalde datum, in een bepaalde periode?

Voor deelnemers kan de droom meer voorop staan dan het doel. Dat is prima, maar onthoud dat dromen hefbomen zijn die mensen stimuleren zich voor het doel in te zetten. Ook de munt is een middel, geen doel op zich! Stel dat je burenzorg wil versterken en dat je mensen aanvankelijk meekrijgt omdat ze graag filmtickets verdienen. Als doel zou je kunnen stellen ‘100 deelnemers verdienen in een maand tijd samen 200 filmtickets’. Maar wat als mensen burenzorg op de duur zo vanzelfsprekend vinden dat ze hun punten liever weggeven aan iemand die er … burenzorg mee kan kopen? Dan lijkt het alsof je het doel minder goed bereikt, terwijl dat natuurlijk juist we het geval is! Hoeveel munten er circuleren en/of verzilverd worden – bijvoorbeeld via filmtickets zegt echter wel iets over de kwaliteit van je middel, en het is belangrijk ook dat op te volgen.

[info] Voorbeelden van SMART geformuleerde doelen

  • Inwoners van de gemeente doen anderhalf jaar na de lancering van de gemeenschapsmunt 4 uur extra klussen per maand voor de buurt.
  • Na lancering van een gemeenschapsmunt neemt de eenzaamheid onder ouderen in de wijk, gemeten met de eenzaamheidsmonitor, met 10% per jaar af.
  • Drie jaar na lancering van de gemeenschapsmunt is het percentage inwoners dat geregeld sport gestegen van 20 naar 30 procent.

In een notendop

[info] Gemeenschapsmunten

  • stimuleren en waarderen onderlinge contacten en hulp tussen mensen in de buurt, dorp, stad of streek
  • versterken sociale cohesie doordat burgers hun capaciteiten inzetten voor anderen
  • activeren mensen door hen kansen te bieden een droom te realiseren
  • zijn een aanvulling op publieke diensten en op vrijwilligerswerk om lokale noden te vervullen
  • dragen zo bij tot een algemeen doel dat leidt tot een betere levenskwaliteit

results matching ""

    No results matching ""