3. Een gemeenschapsmunt runnen: door wie, met wie, voor wie?


Gemeenschapsmunten hebben als unieke meerwaarde dat ze de inzet van burgers, ondernemers en organisaties voor sociaal welzijn en cohesie kunnen versterken. Maar dat werkt natuurlijk alleen maar als je ook bij het lanceren en functioneren van de munt deze actoren betrekt, of als je inspeelt op een vraag of initiatief van de gemeenschap. Ook andere partners moet je van bij de start mee hebben. Alleen als de munt ook voor hen een meerwaarde biedt, zullen ze bereid zijn ze te steunen. Hoe zorg je dat al die betrokken partijen zo goed mogelijk – en zo cocreatief mogelijk samenwerken?

Van trap naar triade

Cocreatie kun je niet van bovenaf opleggen. Je wil het initiatief van onderuit mee hebben, maar toch ook als bestuurder of professional je eigen rol en verantwoordelijkheid opnemen. Hoe rijm je dat aan elkaar? Een vertrouwd beeld is de participatieladder. De beslissingen worden bovenaan de trap genomen, en actoren staan van laag naar hoog gerangschikt naarmate ze intenser bij het beleid worden betrokken. Hoe hoger op de trap, hoe moeilijker het wordt om iedereen te betrekken. De bevolking breed informeren over je beleid is nu eenmaal makkelijker dan iedereen in een adviesraad krijgen. Bovendien raken sommige sociale groepen beter omhoog dan andere – let op het gênante verschil tussen de figuurtjes op de onderste en bovenste trede: van slobberbroek naar professionele look.

Beeld: Participatieladder

Als je wil dat gemeenschapsmunten het sociaal weefsel versterken, moet je dus ook het beleid op een nieuwe manier bekijken. Bij cocreatie spelen nog steeds verschillende niveaus van besluitvorming een rol, maar hun onderlinge verhouding zit anders in elkaar.

Cocreatie werkt zoals drie tandwielen die in elkaar grijpen en elkaars werking versterken.

  • Het grootste wiel is het microniveau, de deelnemers die zich bijvoorbeeld inzetten voor een zorgzame buurt. Zij zetten dingen in beweging en hebben samen de macht om hun wijk gezellig te maken.
  • Het middelste tandwiel stelt het mesoniveau voor, de lokale organisatie of bestuursploeg die de cocreatie van de deelnemers ondersteunt, bijvoorbeeld door een gemeenschapsmunt te lanceren.
  • Het kleinste wiel is het macroniveau, dat politieke beslissingen, budgetten of wettelijke omkadering kan voorzien. Het is een klein radertje, maar wel één met een krachtige hefboom.

Beeld: Triade van cocreatie

Let wel:

  • Deze triade vormt de basisfiguur van beleid in de cocreatieve samenleving, ze keert op alle niveaus terug, van de bewonersgroep van een sociale woonblok, over het buurtcomité, tot de bestuursvergadering in de gemeente. Steeds weer gaat het om niveaus die – zoals tandwielen – elkaars kracht versterken om tot een gezamenlijk doel bij te dragen.
  • De burgers zijn met velen en kunnen samen heel wat in beweging krijgen. Daarbij speelt de gemeenschapsmunt een versterkende rol. Het beleid kan dat faciliteren of tegenwerken. Een overheid die aan het top-down model vasthoudt, zal cocreatie argwanend bekijken, en bijvoorbeeld strenge restricties hanteren rond deelname van werkzoekenden, ook al zijn die regels eigenlijk gemaakt in (en zijn ze vooral gepast voor) het industriële samenlevingsmodel.
  • De tandwielen grijpen niet naadloos op elkaar in, er zit speelruimte tussen de niveaus. Deelnemers kunnen met de gemeenschapsmunt iets anders doen dan eerst was gepland, of zelf nieuwe doelen inbrengen. Zolang de tandwielen elkaar versterken en dezelfde waarden voor het globale sociale systeem nastreven, is dat prima: het houdt de dynamiek juist soepel en de munt springlevend!
  • Denk er aan dat de tandwielen niet een vaste structuur afbeelden, maar een dynamiek. In cocreatie staat het proces centraal, de ambitie om samen dingen in beweging te krijgen door iedereen te betrekken. Je rol als bestuurder is om de samenwerking gesmeerd te laten lopen, niet om het belang van één tandwiel tegen dat van de twee andere in te verdedigen.

[warning] Checklist

  • Micro: ga kijken wat er leeft in de gemeenschap. Verwacht niet dat mensen naar je bureau komen, maar ga zelf naar hen toe, op plekken waar ze zich op hun gemak voelen. Spreek mensen of organisaties aan die bevolkingsgroepen bereiken waar je zelf niet direct toegang toe hebt.
  • Meso: zet een overleggroep op met andere diensten en organisaties die interesse hebben in cocreatie om hun doelen te verwezenlijken. Neem actief deel aan een werkgroep die zich inzet voor het opstarten van de gemeenschapsmunt.
  • Macro: ga eens kijken naar andere steden of streken waar cocreatie met een gemeenschapsmunt wordt versterkt, spreek collega’s in buurgemeenten aan, neem actief deel aan studiedagen.

[success] Het werken vanuit de triade biedt een grote meerwaarde

  • Door mensen te laten meebeslissen over opzet en uitvoering van de munt, creëer je draagvlak en steun. Het vermijdt dat de gemeenschapsmunt een ver-van-mijn-bed show blijft, en zorgt voor inbedding in de wijk. Als de mensen – dankzij een doorgedreven en consequent toegepaste participatieve aanpak - telkens opnieuw ervaren ‘die munt is van ons’, blijven ze enthousiast meedoen.
  • Een gemeenschapsmunt die aansluit bij de opdracht van een professionele speler (bestuur of lokale dienstverlener) heeft meer kans dat ze op de nodige middelen, expertise en continuïteit kan rekenen. De doelen en de kwaliteit van het systeem worden goed opgevolgd.
  • Cocreatie door gemeenschapsmunten is vrij innovatief en moet nog beter in beleid worden ingebed door aangepaste juridische en budgettaire kaders. Als het beleid van bij de start mee aan tafel zit, wordt het zoeken naar de juiste kaders voor je munt een gedeelde taak.

results matching ""

    No results matching ""